Nederland houdt de derde plek op het European Innovation Scoreboard (EIS) van 2026, achter Zweden en Denemarken. Dat klinkt geruststellend, maar de cijfers vertellen een ander verhaal. De score ligt nu 27,4% boven het EU-gemiddelde, twee jaar geleden was dat nog 31,8%. Twee jaar op rij dalen is geen toeval meer.
Minister Heleen Herbert van Economische Zaken en Klimaat noemt de ontwikkeling zorgelijk. Andere EU-landen en landen buiten Europa zetten volgens haar veel meer stappen op het gebied van technologie en innovatie. De grens om als Innovatieleider geclassificeerd te blijven ligt op een score van meer dan 25% boven het EU-gemiddelde. Nederland zit daar nog boven, maar de marge wordt kleiner.
R&D-uitgaven blijven achter
Een concrete zwakke plek is het budget voor onderzoek en ontwikkeling. Nederland investeert 2,29% van het bruto binnenlands product in R&D. De kabinetsambities mikken op 3%, maar die norm wordt al jaren niet gehaald. Ter vergelijking: Zweden zit op 3,6%, België op 3,4%, Oostenrijk op 3,3% en Finland op 3,2%. Buiten Europa doet Zuid-Korea het met 4,9% nog een stuk beter. Nederland staat op plek zeven in de EU op dit onderdeel.
Sterke punten zijn er ook. Wetenschap, opleidingen, digitalisering en publiek-private samenwerking houden de score overeind. Maar dat is niet genoeg om de neerwaartse trend te stoppen.
Het kabinet werkt aan een reeks maatregelen: meer publiek en privaat kapitaal, minder belemmeringen en een sterkere focus op productiviteit en talent. Concreet wil Herbert nog dit jaar het Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en de Nationale Investeringsinstelling (NII) oprichten. Daarnaast wil ze de samenwerking binnen de EU versterken, specifiek om startups en scale-ups in Nederland beter te laten profiteren van Europese programma’s. Of die plannen snel genoeg komen om de daling te keren, moet de editie van 2027 uitwijzen.
Bron: www.rijksoverheid.nl