Veel van wat Nederland draaiende houdt, is gebouwd in de jaren ’50, ’60 en ’70. Bruggen waarvan het staal en beton hun beste tijd hebben gehad, sluizen die steeds vaker haperen, een spoornetwerk dat gevoeliger wordt voor storingen. Het kabinet trekt nu €18 miljard extra uit om dat aan te pakken, verdeeld over wegen, bruggen, waterwerken en spoor. Minister Karremans noemt het zelf een nieuwe wederopbouw.
Concreet gaat het geld naar projecten als het gemaal IJmuiden, dat de voeten droog houdt van 4 miljoen mensen, de Haringvlietbrug met dagelijks 66.000 gebruikers, en de HSL waarover zo’n 275 internationale treinen per dag rijden. Ook de uitrol van het Europese treinbeveiligingssysteem ERTMS wordt versneld, zodat reizigers en vervoerders ook na 2040 veilig gebruik kunnen maken van het spoor. Voor vier nieuwe grootschalige woningbouwgebieden, in Alkmaar, Apeldoorn, Helmond en Hengelo/Enschede, wordt 355 miljoen euro vrijgemaakt voor infrastructuurontsluiting.
Niet alles kan tegelijk
Het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds zijn niet groot genoeg om alle plannen te realiseren. Scherpe keuzes zijn onvermijdelijk. Alle aanlegprojecten op de MIRT-lijst zijn objectief gescoord op een reeks wegingsfactoren. Projecten die doorgaan zijn onder andere de aanpak van de A20 Nieuwerkerk-Gouwe, de vaarweg Lemmer-Delfzijl, de Nedersaksenlijn en het Mobiliteitspakket Brainport rond spoorknoop Eindhoven. Een reeks andere projecten wordt gepauzeerd, omdat financiering ontbreekt of omdat ze nu niet uitvoerbaar zijn.
Met de extra middelen voor regionale bereikbaarheid die op Prinsjesdag beschikbaar kwamen, kunnen ook spoorknooppunt Meppel, de N35 bij Mariënheem, knooppunt Zaarderheiken op de A67/A76 bij Venlo en de N33 Zuidbroek-Appingedam worden doorgezet. Voor Noordelijk Nederland en de Lelylijn kondigt het kabinet een apart onderzoek aan naar toekomstperspectief.
Om projecten sneller en goedkoper uit te voeren, schrapt het kabinet niet-noodzakelijke regels en zet in op versimpeling en standaardisering. De ambitie is om elke euro zo effectief mogelijk te besteden. Minister Karremans en staatssecretaris Bertram kijken ook naar alternatieve bekostiging voor toekomstige aanleg van wegen en spoor.
Bron: www.rijksoverheid.nl