Als werkgever weet je het gevoel: je hebt twee jaar lang je zieke werknemer begeleid, het loon doorbetaald en alles gedaan wat je kon bedenken. Dan volgt de RIV-toets van UWV en blijft de vraag hangen of het genoeg was. Die onzekerheid wil het kabinet wegnemen. Ministers Aartsen (Werk en Participatie) en Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) hebben een wetsvoorstel klaar dat het advies van de bedrijfsarts leidend maakt bij die toets. De ministerraad stemde in op 10 juli 2026 en het voorstel gaat zo snel mogelijk via de Koning naar de Tweede Kamer.
Concreet betekent dit: volg je als werkgever het advies van de bedrijfsarts op, dan voldoe je aan je verplichtingen. Een loonsanctie van maximaal een jaar, die nu nog kan volgen als UWV de inspanningen onvoldoende vindt, wordt daarmee een stuk minder waarschijnlijk. Bijkomend effect: UWV-verzekeringsartsen hoeven minder tijd te steken in de beoordeling van re-integratiedossiers en houden zo meer ruimte over voor uitkeringsaanvragen.
Voorschot hoeft niet terug
Het wetsvoorstel regelt ook iets voor werknemers die na twee jaar ziekte een WIA-uitkering aanvragen. Door lange wachttijden bij UWV zitten zij vaak maanden in onzekerheid. Ze kunnen een voorschot krijgen, maar moesten dat tot nu toe terugbetalen als bleek dat ze geen of een lager recht hadden op een uitkering. Dat verandert: het voorschot hoeft straks niet te worden terugbetaald. Ook de financiering van WIA-voorschotten wordt anders ingericht, al geeft de bron geen verdere details over hoe.
Tot slot bevat het voorstel wijzigingen voor de Wajong. Jonggehandicapten die vijf jaar onafgebroken werken en genoeg verdienen, behouden hun recht op een uitkering als zij werken via een beschutte werkplek, met loondispensatie, loonkostensubsidie of een interne jobcoach. UWV voert dit al uit sinds 1 januari 2026, op verzoek van het kabinet. Nieuw is dat het garantiebedrag vervalt als een Wajong-uitkering langer dan twaalf maanden is stopgezet.
Bron: www.rijksoverheid.nl