RVO sprak dit jaar met 65 grote industriële bedrijven over hun verduurzamingsplannen. Die bedrijven zijn samen goed voor ongeveer 80% van de CO₂-uitstoot van de Nederlandse industrie. Ze hebben 263 projecten gepland vóór 2030, maar een derde daarvan is al met één tot twee jaar opgeschoven. Investeringsbesluiten worden vaker uitgesteld dan eerder.
Geld is het grootste struikelblok. Bij 75% van de projecten die vóór 2030 af moeten zijn, spelen financiële problemen. Hoge elektriciteits- en netwerkkosten maken investeringen moeilijk te rechtvaardigen. Ook waterstof blijft duur. Driekwart van de ondervraagde bedrijven beoordeelt de economische haalbaarheid van hun investeringen als slecht of zeer slecht. Lange vergunningstrajecten en onvoldoende vraag naar duurzame producten komen daar nog bovenop, net als concurrentie uit het buitenland.
Netwerk zit vol, wachtlijsten groeien
Van de 65 bedrijven hebben er 43 een grotere elektriciteitsaansluiting nodig. Daarvan staan er 28 op een wachtlijst. Bij 36 projecten dreigt de infrastructuur de uitvoering daadwerkelijk te blokkeren. Die 36 projecten vertegenwoordigen samen zo’n 3,5 megaton aan mogelijke CO₂-reductie die daardoor op de plank blijft liggen.
Voor de periode 2031 tot 2040 hebben dezelfde bedrijven nog eens 14,4 megaton aan CO₂-reductie in de planning staan. Ruim 80% van die plannen is op dit moment onzeker. Dat geeft aan hoe fragiel de langetermijnpijplijn is als kosten en infrastructuur niet verbeteren.
RVO voert sinds 2021 jaarlijks gesprekken met grote industriële uitstoters. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gebruikt de uitkomsten om knelpunten aan te pakken en vervolgafspraken te maken met individuele bedrijven. Volgens het rapport zijn lagere energiekosten, tijdige netuitbreiding en betere afzetcondities voor duurzame producten nodig om de geplande projecten daadwerkelijk van de grond te krijgen.
Bron: www.rvo.nl