Op 10 juli 2026 stemde het kabinet in met de tweede Productiviteitsagenda. De aanleiding is nuchter: de arbeidsproductiviteit groeide de afgelopen tien jaar gemiddeld met slechts 0,3% per jaar. Dat is te weinig om zorg, onderwijs en veiligheid op peil te houden, zeker nu de bevolking vergrijst en er niet veel meer extra gewerkte uren bij komen.
De agenda werkt langs zes lijnen. Een goed opgeleide beroepsbevolking staat bovenaan, met aandacht voor basisvaardigheden, digitale competenties en leven lang leren. Daarnaast wil het kabinet werkgevers en werknemers makkelijker bij elkaar brengen via regionale Werkcentra, en flexwerkers meer zekerheid geven. Voor ondernemers die willen innoveren zijn twee concrete plannen: een nieuw agentschap voor disruptieve innovaties (NADI) en ondersteuning bij het adopteren van nieuwe technologieën.
Startups, scale-ups en het mkb krijgen ook aandacht. Via een nieuwe investeringsinstelling (NII) en Europese samenwerking rond durfkapitaal moet de toegang tot financiering verbeteren. Tegelijk werkt Nederland met andere EU-landen aan het gelijktrekken van regels, zodat grensoverschrijdend ondernemen minder gedoe oplevert. En dan is er nog de regeldruk: het kabinet wil regels schrappen en vereenvoudigen, en de digitale dienstverlening gebruiksvriendelijker maken.
Productiviteitsraad start op 1 augustus
Om de agenda scherp te houden, gaat per 1 augustus 2026 de Productiviteitsraad van start. De raad brengt jaarlijks advies uit aan het kabinet. Voorzitter wordt Pauline van der Meer Mohr. Verder nemen Bart van Ark, Barbara Baarsma, Didier Fouarge, Laura van Geest, Harry van de Kraats en Max Welling zitting. De agenda valt onder de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat, die moet bijdragen aan de coalitiedoelstelling van 1,5% structurele economische groei per jaar.
Bron: www.rijksoverheid.nl