Nederland en 10 EU-landen: Commissievoorstel OIM schiet tekort voor startups

Foto: Swaasfotografie via Pixabay

Een startup die groeit op durfkapitaal en achtergestelde leningen, maar op papier eruitziet als een bedrijf in de problemen. Dat is de kern van het probleem waar Nederland al langer op hamert bij Brussel. De Europese definitie ‘Onderneming in Moeilijkheden’ kijkt alleen naar eigen vermogen, en telt durfkapitaal en achtergestelde leningen niet mee. Financieel gezonde scale-ups vallen daardoor buiten de boot bij subsidies, garanties en leningen.

De Europese Commissie wil dit probleem vanaf 2027 aanpakken, maar haar voorstel gaat niet ver genoeg. Dat vinden in elk geval België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Letland, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Polen, Slowakije en Tsjechië. De elf landen stuurden op 24 september 2026 een gezamenlijk statement naar de Commissie met een concreet tegenvoorstel: tel achtergestelde leningen en ander quasi-eigen vermogen mee als volwaardig eigen vermogen. Precies wat de Commissie in haar huidige voorstel weigert te doen.

Van 8 naar 11 landen

Afgelopen mei zetten al 8 landen onder leiding van Nederland hun handtekening onder een oproep om de OIM-definitie te herzien. Nu is die coalitie gegroeid naar elf landen. Minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat) zette het onderwerp op de agenda van de Raad voor Concurrentievermogen in Brussel, die op dezelfde dag bijeenkwam. Ze sprak ook rechtstreeks met EU-commissaris Teresa Ribera, vicepresident en verantwoordelijk voor mededinging, over de noodzaak van aanvullingen op het voorstel.

Het argument van de elf landen is helder: groeibedrijven financieren nu eenmaal anders dan gevestigde ondernemingen. Wie met durfkapitaal opschaalt, heeft structureel minder eigen vermogen op de balans staan. Dat maakt de huidige definitie niet alleen verouderd, maar ook contraproductief voor het Europese innovatievermogen. Zolang de regels niet veranderen, lopen levensvatbare bedrijven financiering mis die ze nodig hebben om te groeien.

Bron: www.rijksoverheid.nl