Internationaal ondernemen: subsidies en regelingen
Voor Nederlandse bedrijven die internationale markten willen bedienen, of die al exporteren en willen uitbreiden, bestaat een aanzienlijk instrumentarium aan ondersteuningsmogelijkheden. Geen pure cash-subsidies zoals bij innovatie of klimaat, maar wel vouchers, missiefinanciering, exportverzekeringen, kredieten en netwerkprogramma's die de kosten en risico's van internationaliseren verminderen.
SIB als instaproute voor starters
De SIB (Starters International Business) is een voucherregeling voor mkb dat voor het eerst, of voor het eerst in een specifiek land, de stap naar buitenland zet. Vouchers tot ongeveer tweeduizendvierhonderd euro per stuk dekken onderzoek, advies, deelname aan een handelsmissie, juridisch advies over exportcontracten, of een initiële marktverkenning ter plaatse. Aanvragen via RVO is licht, de doorlooptijd kort.
Voor wie net begint met exporteren is de SIB een logische eerste stap. De vouchers helpen kosten van het verkennen van een nieuwe markt te dekken, zonder dat je een groot risico aangaat. Combinaties met handelsmissies vanuit de Nederlandse ambassades, vanuit branchefederaties of vanuit de Topsectoren zijn een natuurlijke vervolgstap.
PIB voor strategische sectoren
De PIB (Partners for International Business) is een zwaarder instrument voor consortia van Nederlandse bedrijven en organisaties die gezamenlijk een buitenlandse markt willen aanpakken. Driejarige programma's met cofinanciering vanuit RVO en intensieve begeleiding vanuit de ambassades en de Nederlandse handelsbevorderingsinfrastructuur. Voor sectoren die structureel willen positioneren in een land — agrifood in Brazilië, watertech in India, halfgeleiders in Taiwan — is dit een doelmatig instrument.
PIB-aanvragen vragen om sterke samenwerkingsverbanden en commitment over meerdere jaren. De opzet sluit aan bij de Nederlandse handelsinfrastructuur in het buitenland (ambassades, consulaten, NBSO's) en bij de Topsectoren-organisaties. Voor wie serieus internationaal wil bouwen aan een sector is dit een gerichte route.
Exportkredieten en verzekeringen via Atradius en FMO
Atradius Dutch State Business (ADSB) verstrekt namens de Nederlandse staat exportkredietverzekeringen. Voor Nederlandse exporteurs die producten of diensten leveren aan buitenlandse afnemers met betalingsrisico — vooral in opkomende markten — verzekert ADSB het commerciële en politieke risico. Geen subsidie maar een instrument dat exporteren naar moeilijkere markten haalbaar maakt.
FMO (Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden) financiert investeringen in opkomende markten via een combinatie van leningen en participaties. Voor Nederlandse bedrijven die in ontwikkelingslanden willen investeren of producten willen vermarkten loopt veel via FMO. Specifieke instrumenten als het DGGF (Dutch Good Growth Fund) richten zich op investeringen die ontwikkelingsdoelstellingen ondersteunen.
Specifieke regio's en handelsbevordering
Voor verschillende regio's bestaan eigen handelsbevorderingsregelingen. Voor de Europese markten loopt veel via Enterprise Europe Network en specifieke marktontwikkelingsinstrumenten. Voor opkomende markten zijn er programma's via Invest International, een samenwerking tussen overheid en private financiers. Voor specifieke landen — China, India, Turkije, Brazilië, ASEAN-regio — bestaan landgerichte instrumenten.
Voor agrifood specifiek bestaan brede internationaliseringsroutes via TTW (Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen) en Wageningen International. Voor cleantech via internationale tenderprocessen waar Nederlandse bedrijven met overheidsondersteuning aan deelnemen. Voor maritiem via maritieme handelsmissies en internationale beurzen.
Praktische aandachtspunten
De Nederlandse handelsbevorderingsinfrastructuur is omvangrijk maar niet altijd toegankelijk. Voor wie nieuw is, is een gesprek met de regionale ondernemersfront (handelsadviseur bij de provincie of regionale ontwikkelingsmaatschappij) een goede instap. Voor specifieke landen of sectoren werkt het beste om eerst contact te leggen met de relevante ambassade of de Nederlandse business hub.
Tweede aandachtspunt: internationaal ondernemen vraagt meestal langere doorlooptijden dan binnenlands. Wat in Nederland zes weken aanvraagverwerking kost, kan in een PIB-programma maanden duren. Plan vanuit dat besef en stem je commerciële strategie daarop af.
Op deze pagina vind je alle openstaande regelingen voor internationaal ondernemen — van SIB-vouchers tot strategische PIB-programma's. Filter op specifieke aspecten (export, investering, kennisuitwisseling) om gericht te zoeken. Combineer met sectorthema's (cleantech, agrifood, maritiem) voor maatwerk in jouw situatie.
Een specifiek aandachtspunt voor familiebedrijven en mkb: internationaal ondernemen vraagt vaak om een mentale omschakeling van de eigenaar of directie. Subsidieinstrumenten kunnen de financiële drempel verlagen, maar ze nemen het strategische werk niet over. Reken op tweehonderd tot vijfhonderd uur eigen tijd voor de eerste internationale stappen, ook met subsidie-ondersteuning.