Vijf grote Nederlandse pensioenfondsen slaan de handen ineen met de minister van Volkshuisvesting om de bouw van betaalbare huurwoningen een flinke duw te geven. Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan maakte de samenwerking op 21 september 2026 bekend als onderdeel van het Actieplan Versnelling Woningbouw. De betrokken fondsen zijn ABP, het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid, PME Pensioenfonds, het Pensioenfonds voor de Woningcorporaties en Pensioenfonds Zorg en Welzijn.
De opgave is concreet: tot 2039 moeten er 160.000 middenhuurwoningen bij komen, voor mensen die te veel verdienen voor sociale huur maar geen koopwoning kunnen of willen kopen. Dat vraagt om een investering van circa 60 miljard euro. Pensioenfondsen beleggen sowieso voor de lange termijn en zoeken stabiele rendementen, en middenhuurwoningen passen daar volgens de fondsen goed bij, mits de randvoorwaarden kloppen.
Vergunningverlening als knelpunt
Zowel het kabinet als de pensioenfondsen zien dat een stabiel beleid en snellere vergunningverlening noodzakelijk zijn om langdurige investeringen aan te trekken, ook vanuit het buitenland. De fondsen vertrouwen erop dat de maatregelen uit het actieplan het investeringsklimaat versterken. Zonder die zekerheid blijven grote beleggers aan de zijlijn staan.
Praktisch gezien gaan het Rijk en de pensioenfondsen institutionele beleggers en uitvoerende partijen eerder betrekken bij projecten en gebiedsontwikkeling. Dat kan bijvoorbeeld via specifieke middenhuurdeals, zodat fondsen makkelijker geschikte projecten vinden om in te stappen. Kennis en ervaringen worden bovendien gedeeld met partijen uit binnen- en buitenland.
Bron: www.rijksoverheid.nl